Ode aan Vlissingen
Ode aan Vlissingen
Toen ik in 1975 met mijn kris-kraskaart een treinreis naar Vlissingen maakte, had ik nooit het vermoeden dat ik er 2 jaar later zou wonen. Als Rotterdamse heb ik mijn hart aan Vlissingen verloren. Wat een stad. Waar ter wereld komen er schepen zo dicht langs de wal voorbij. Ik geniet als ik met windkracht 8 of hoger langs het strand loopt en mijn zorgen laat wegwaaien. Hoe mooi is Vlissingen om doorheen te lopen. Ik ontdekte leuke hofjes, straatjes en pleintjes. Prachtige oude panden sieren de binnenstad. Helaas zijn er al veel van die monumentale panden verdwenen, maar laten we alstublieft zuinig zijn op wat we nog hebben. Het hoort bij Vlissingen. Net als het Nollenbos. Zo dicht bij de woonwijken en toch kan je daar lopen en genieten van de stilte en het groen zonder iemand tegen te komen. Ook daar moeten we heel zuinig op zijn. Iets wat je weghaalt komt nooit meer in dezelfde staat terug. Op zondag flaneren op de boulevard, bekenden groeten en bij mooi weer op een terrasje genieten van het uitzicht. Ook dat is 'mijn' Vlissingen. In de binnenstad zijn er heel veel winkeltjes die je verder nergens in Nederland kan vinden. Soms is het even zoeken, maar ze zijn er wel. Er is een groot divers aanbod van restaurantjes, gezellige café's en andere horecagelegenheden om ook de innerlijke mens tevreden te stellen. Op onderzoek in o.a. de kazematten of Ford Rammekes leer ik van de rijke historie van de stad. Bij slecht weer even een bezoekje aan het MuZeeum is altijd weer de moeite waard. Of ik maak een toer door Vlissingen Oost. Als oud Rotterdamse kan ik al die bedrijvigheid in het havengebied alleen maar bewonderen. Vlissingen is nu mijn stad. En die stad ligt mij nauw aan het hart. Ik wil vechten voor deze stad. Vechten zodat het weer een stad met een groot en gezond hart wordt. Een stad waar iedereen wilt wonen, genieten en verblijven. Dat is 'mijn' Vlissingen.

